Op het perron zet U uw rolstoel neer op de plaats waar het voorste deel van de trein zal stoppen. De machinist ziet bij het binnenrijden van het station U staan, en via de eerste uitgang achter zijn cabine klapt hij de oprijplank uit waarmee de rolstoeler naar binnen kan rijden.
In de trein bevindt zich bij die ingang een aparte coupé waar aan de ene kant rolstoelen en kinderwagens geplaatst kunnen worden en aan de andere zijde fietsen. Alle perrons zijn voorzien van een lift, waarmee de fietsers, rolstoelers en mensen met kinderwagens het perron kunnen verlaten.
Welke mogelijkheden en faciliteiten er zijn op de Deense treinstations kunt u terugvinden op de website van de DSB.